Pers

                                           

                 

                                                                                                                                                          

P1010222

                                                    Veel volk in het kasteel van Loppem bij de voorstelling van 'Tussen Kiezels', o.m. Patrcia Lasoen


Tussen kiezels (poëziebundel van Etienne Van den Steen)

een artikel door Frank Decerf in 'De Auteur'  (VVL)

 
Toen men mij deze bundel toestuurde met de vraag een opinie te delen, dacht ik dat ik een reeks haïkoes in handen kreeg; de titel Tussen Kiezels riep die associatie bij mij op. Maar bij het eerste bladeren, zag ik dat de auteur mij een keurige dichtbundel had toegestuurd. Enige biografische gegevens ontbreken in deze publicatie, maar dat is niet nodig om een oordeel te kunnen uitspreken.

Het werk is opgebouwd uit 55 gedichten die simpelweg allen dezelfde titel meekregen en chronologisch werden geordend. In Tussen Kiezels lees ik vooral de gestoorde, gebroken menselijke communicatie over en weer. De auteur hanteert een getemde interne woede, een dreigende uitbarsting die door het secuur kiezen van woorden wordt beheerst. De dichter probeert het geleden verlies te recupereren, maar gelooft niet erg in zijn zoektocht; hij aanvaardt de toestand door het lot opgelegd. Wat verloren is komt niet meer weer; de glibberige kiezels gaan hun eigen weg. Maar zolang de dichter herinnert, zal een gedicht het resultaat zijn.


Kiezel 34

Daar staat hij

pal in het midden van mijn raam

in al het donker van de nacht

in de regen die voor één keer

sneeuw had moeten zijn

en in zijn eigen dunne licht

waarin hij enkel nog zichzelf moet zoeken.


Hij eet niet en hij drinkt niet

viert geen kerstfeest

spreekt geen hollands hij is zelfs

verwoed en sprakeloos zichzelf

vergist zich in zijn fantasie ofwel

is hij het blad dat hij

al honderd jaar wil schrijven.


En eindelijk

als ik opkijk van mijn tafel

ben ik het liegend kerstgebed

de graal die nooit gevonden wordt

de laatste kaars in Notre Dame

gestolen tabernakel

gevallen ster


Ofwel

de straatlantaarn

neerslachtig in Cadzand.


De taal die Etienne Van den Steen gebruikt is simpel en krachtig. Zijn beelden zijn helder, begrijpelijk en ingebed in ritmische verzen die de lezer meesleuren als in een lichte trance. Hier geen overdaad aan storende leestekens. Deze poëtica volgt geen keurslijf opgedrongen door enige dwang tot vormelijkheid. Tussen Kiezels lijkt een openbaring van een geleden leven; een eindbalans. Liefde, verliefdheid, nostalgie en verlatenheid doordrenken deze gedichten. Zijn verzen dipt hij in een mysterieuze buitenglans. 

In Kiezel 32 zegt Etienne Van den Steen: ik ben geen dichter… Hij liegt.

Van deze man heb ik voordien nog niets gelezen, maar ik vermoed dat hij al geruime tijd met taal en woorden een universum creëert. Kiezel 55 is het laatste gedicht, vanwaar juist 55? Louter toevallig of eerder symbolisch, een afgewogen keuze? De leeftijd van de auteur? Wie zal het zeggen? Ik niet. 


(Frank Decerf)

© Etienne Van den Steen 2018