Pers

Het soort poëzie dat Etienne ons in deze bundel laat lezen, is verwant aan het absurdisme, een kunstrichting in toneelliteratuur. Dit lijkt mij begrijpelijk als men weet dat Etienne tal van filmscenario's op zijn actief heeft. Opzettelijk jongleert hij met stellingen en tegenstellingen, met beelden en anti-beelden, zodat de lezer af en toe de indruk heeft in het ootje genomen te worden... Het ziet ernaar uit dat de maker van deze verzen zijn lezers blinddoekt en ze meevoert naar een soort onderwereld, waar zij zowel prettige als onaangename ervaringen opdoen. De poeët laat hen binnen kijken in een diepzee van een dynamisch onbegrip, in eenvoudige woorden uitgedrukt. Af en toe komt een verrassende beeldspraak het irriterend niet-begrijpen verzachten en verzoent de lezer zich ermee zomaar heen en weer dooreengeschud te worden. 

 

Na een tweede en derde lectuur moest ik toegeven dat dit soort poëzie mij niet ligt. Het werd mij duidelijk dat ik niet moet proberen deze verzen te begrijpen, maar ze gewoon lijdzaam ondergaan. Iets wat je niet verteert, eet je dus niet steeds opnieuw. Zo stopte ik tegenspraken, ongerijmdheden, subtiel sarcasme en alles wat mij negatief overkwam in de vergeetput van het ongrijpbare. Het ONGRIJPBARE heeft een ongemeen sterk overlevingsinstinct. Ook hier in casu deze gedichten van Etienne. Ik liet ze opzij liggen, maar nam altijd opnieuw het boek in handen, om de illustraties van Viviane Decramer te bekijken... en te vergelijken met elkaar én met de gedichten uit de bundel. In deze 'grisailles' zocht ik naar het ondefinieerbaar wit. Het bestaat wel degelijk, dit soort wit dat alles om zich heen verlicht. Ik vond het overal terug in de werken van deze kunstenares. Het leek alsof zij me bij de hand nam en mijn ogen richtte op de eenvoudige schoonheid van bepaalde zinnen in de gedichten van Etienne. Ik citeer er een kleine reeks van :    

 

- 'met ijzige wind in achteruitkijkspiegels ' (pag. 5) 

- 'hij zal zoemen in de lakens van de mist' (p.6)

- 'tot zowaar de sneeuw begint te vallen / uit een glazen hemelbol' (p. 23)

- ' de wind steekt op met bebloede tussenpozen ' (p. 24)

- ' mist die door vergeten ramen / als een laken / zichzelf naar binnen glijdt' (p. 29)

 

en nog veel andere. 

 

Aldus heeft de beschouwing van de illustraties de banvloek uitgewist die mijn onbegrip over de gedichten uit deze bundel geworpen had.

Toch blijft 'Ondefinieerbaar wit' een moeilijke bundel gedichten, waarin ik persoonlijk geen innerlijke structuur noch logica ontdekken kan. Wél kan ik een rode draad vinden in de moeilijke verhouding tussen een 'hij' en een 'zij', vaak uitgedrukt in humeurige opmerkingen of ironische uitlatingen. Hierdoor klinkt doorheen veel gedichten een ietwat treurige tonaliteit. 

 

Bepaald positief oogt het kaft en de indeling in 10 kleine secties, telkens vier gedichten, ingeleid door de 10 schilderijen van Decramer. 

De schrijfstijl : ongedwongen natuurlijk, en zonder pathos, geen moeilijk woordgebruik, een snel vooruitgestuwde parlandostijl, Zoals hoger gezegd, ontdekt men het dichterlijk talent van Etienne in onverwachte beelden en metaforen. 

 

Marie-Paule Vanneste  

November 2016





Over 'Ondefinieerbaar wit' van Etienne Van den Steen

 

© Recensie: Frank Decerf

 

verschenen in 'de Schaal van Dighter' en 'de Auteur' (Vereniging van Vlaamse Letterkundigen)

 

Ondefinieerbaar wit is geen debuutbundel. Etienne Van den Steen heeft al een en ander uit zijn pen gekregen gaande van filmscenario’s, poëziebundels en een kunstboek over zijn overleden vader. Hij is dus een productief schrijver die niet op zijn lauweren rust. In Ondefinieerbaar wit stel ik uitgesproken moeilijke menselijke communicatie over en weer vast. Meningsverschillen worden niet uitgeklaard en vormen een dreigende ondertoon doorheen de bundel. Van den Steen creëert een wereld van communicatieve stoorzender, van misbegrepenen. Het goedbedoelde dat niet altijd aankomt, het niet begrijpen en toch hoopvol volhouden of hoe scheiden de laatste optie wordt en inspanningen op voorhand wellicht gedoemd zijn. Een somber speelveld dus. De mens met al zijn beperkingen op zoek naar dat klein beetje geluk, dat klein succesje waarop hij recht heeft. Maar het blijft regenen in de wereld van Van den Steen. Het donker heeft een reden van bestaan. De individuen blijven elkaar hartstochtelijk trouw in hun isolement, ze zijn gedoemd tot hopen op beter. Het houdt hen wakker en meer. Hoe moeten ze overleven? De relaties zijn hard. 

 

 

DEJA VU 

 

Wij kruipen uit bed zoals gewoonlijk

veel te vroeg struikelen over de laatste trede

voor de keuken waar niemand wacht 

 

wij zuchten denken aan het vrijgevochten woord

waarmee onze dag zichzelf begint: 

‘wij’

 

sluiten ramen en trekken jassen aan

zetten kragen recht draaien sjalen rond de hals

gaan naar buiten vergeten paraplu’s

 

het regent in de straat zoals in bruine déjà vu-verhalen

het tweede woord van deze dag verschijnt in zicht

als een halte die we niet meer willen ‘missen’

 

de menigte wacht en staart naar niets

zoals gewoonlijk remt een bus in plassen

een derde woord smeekt om het op te rapen

 

in de greppels ‘missen wij elkaar’ verloren. 

 

 

In de opbouw van de meeste gedichten beperkt de dichter het gebruik van leestekens tot een uiterst minimum. Hij laat zijn teksten vloeien en geeft de lezer voldoende ademruimte. Van den Steen zoekt geen geforceerde stijlelementen of onmogelijke associaties. Hij laat de taal volwassen zijn en zonder kapsones haar ding doen. Woord en dichter werken samen en bereiken een poëtica wars van eigenwaan en drukdoenerij. Ondefinieerbaar wit is aangevuld met 10 monochrome grafische werken van Viviane Decramer. Jammer dat de bundel geen inhoudstabel bevat. Het is dus moeilijk om, gemakkelijk en vlug, gedichten op te zoeken en terug te vinden. Deze laatste publicatie van Etienne Van den Steen is geen bundel om te lachen; het is een bundel om te lezen. 

 

 

Ondefinieerbaar wit, Etienne Van den Steen, Uitgeverij C. de Vries –Brouwers, 2016, ISBN 978-90-5927-468-6 

 

© Etienne Van den Steen 2018