Ondefinieerbaar Wit


   


Gedichtenbundel met als thema: schaduwlijnen in een niet zo soliede menselijke relatie. Twee mensen die met elkaar trachten te leven, daar niet echt in slagen maar elkaar niet kunnen missen. Omvat 40 gedichten, geïllustreerd met grafisch werk van Viviane Decramer. Is uitgegeven begin april 2016 door C. de Vries - Brouwers (Antwerpen - Rotterdam).

Prijs

En de winnaars zijn…



GENT – Scholieren en volwassenen uit heel Vlaanderen namen in het najaar van 2015 deel aan de Vredespoëziewedstrijd van VOS – Vlaamse Vredesvereniging. Zaterdag was het dan eindelijk zover en werden de winnaars bekendgemaakt in Theater Tinnenpot tijdens een sfeervolle bijeenkomst met woord en muziek.

De verwelkoming viel te beurt aan juryvoorzitter prof. Frans-Jos Verdoodt. Samen met juryleden Jo Gisekin, Hugo Visser en Bruno De Laat las hij tijdens de wintermaanden met veel aandacht en zorg alle inzendingen door. Na een boeiende en beslissende juryvergadering in januari, moesten de aanwezigen zaterdag nog even in spanning afwachten want daar kwam Meneer Zee, een gepassioneerd verteller samen met muzikant Raf Druwé de avond opluisteren met vertelsels en deuntjes op harmonium. Het thema van deze editie, ‘de stad’ kwam naar voren in het verhaal ‘De stad, waar ‘Niemand’ ‘Iemand’ werd’.

Het juryverslag werd voorgedragen door Hugo Visser, waarbij hij uit de doeken deed wie er in de categorieën ‘scholieren’ en ‘volwassenen’ met de respectievelijk eerste en tweede prijs naar huis ging. In de categorie ‘scholieren’ mocht de 16-jarige Helawi Rand (Asse) zich tweede laureaat noemen en de geldprijs van €150 in ontvangst nemen voor haar gedicht ‘Witte duiven’. De eerste prijs van €300 in deze categorie ging naar de 17-jarige Siemen Van Londersele, die samen met zijn klas 6MTWE en 6WEWI van het Koninklijk Atheneum Voskenlaan in Gent deelnam en eerste laureaat werd met het gedicht ‘Huisvrede’. Adhoc partner provincie Oost-Vlaanderen gaf deze laureaten zaterdag de titel van CWRM-ambassadeur, waardoor ze in 2018 persoonlijk zullen worden uitgenodigd voor de installatie van het beeldjesproject dat herinnert aan de 600.000 slachtoffers die tijdens de Eerste Wereldoorlog op Belgische bodem het leven lieten. De klassen werden tot peter gekroond.

In de categorie volwassenen werd er geen tweede prijs uitgereikt, aangezien er maar liefst twee personen aan de haal gingen met de hoofdprijs. Etienne Van den Steen (Brugge) overtuigde de jury met zijn gedicht ‘Zuidstation’ en Rik Dereeper (Rollegem) met zijn gedicht ‘Daktuin boven Antwerpen’. Beide gedichten waren van eenzelfde hoog niveau, maar op zo’n vormelijk diverse wijze – het ene gedicht was traditioneler, het andere gedicht vrijer van vorm – dat beiden €300 verdienden. De provincie Oost-Vlaanderen gaf hen twee stevige kunstnaslagwerken cadeau.

Vincent Vanhumbeeck, algemeen secretaris van VOS dankte de aanwezigen en stelde het Wereldboekendag-project van partner Rodenbachfonds in de belangstelling alvorens allen uit te nodigen voor de receptie.



                                                ZUIDSTATION

 

                                                Niemand die dit ooit verwacht:


                                                de jaren blijven groeien tot het duister wordt

                                                geluid zinkt weg naar achtergronden

                                                ingesneeuwde treinen 

                                                die nu eindelijk vertrekken

 

                                                de dag breekt af in ijs kraakt en valt 

                                                terwijl het Zuidstation zichzelf verlaat 

                                                de stad opnieuw haar scherven vindt 

                                                aan binnenkanten waar

 

                                                iedereen die slaapt zijn naam vergeet 

                                                of droomt van onmogelijke vrede

 

                                                dit raam deze trein

                                                er zit één mens op deze wereld

                                                die dit wil geloven die

                                                zich deze dag herinnert 

                                                als decemberdag  

 

                                                een donderdag wellicht.


Pers

Het soort poëzie dat Etienne ons in deze bundel laat lezen, is verwant aan het absurdisme, een kunstrichting in toneelliteratuur. Dit lijkt mij begrijpelijk als men weet dat Etienne tal van filmscenario's op zijn actief heeft. Opzettelijk jongleert hij met stellingen en tegenstellingen, met beelden en anti-beelden, zodat de lezer af en toe de indruk heeft in het ootje genomen te worden... Het ziet ernaar uit dat de maker van deze verzen zijn lezers blinddoekt en ze meevoert naar een soort onderwereld, waar zij zowel prettige als onaangename ervaringen opdoen. De poeët laat hen binnen kijken in een diepzee van een dynamisch onbegrip, in eenvoudige woorden uitgedrukt. Af en toe komt een verrassende beeldspraak het irriterend niet-begrijpen verzachten en verzoent de lezer zich ermee zomaar heen en weer dooreengeschud te worden. 

 

Na een tweede en derde lectuur moest ik toegeven dat dit soort poëzie mij niet ligt. Het werd mij duidelijk dat ik niet moet proberen deze verzen te begrijpen, maar ze gewoon lijdzaam ondergaan. Iets wat je niet verteert, eet je dus niet steeds opnieuw. Zo stopte ik tegenspraken, ongerijmdheden, subtiel sarcasme en alles wat mij negatief overkwam in de vergeetput van het ongrijpbare. Het ONGRIJPBARE heeft een ongemeen sterk overlevingsinstinct. Ook hier in casu deze gedichten van Etienne. Ik liet ze opzij liggen, maar nam altijd opnieuw het boek in handen, om de illustraties van Viviane Decramer te bekijken... en te vergelijken met elkaar én met de gedichten uit de bundel. In deze 'grisailles' zocht ik naar het ondefinieerbaar wit. Het bestaat wel degelijk, dit soort wit dat alles om zich heen verlicht. Ik vond het overal terug in de werken van deze kunstenares. Het leek alsof zij me bij de hand nam en mijn ogen richtte op de eenvoudige schoonheid van bepaalde zinnen in de gedichten van Etienne. Ik citeer er een kleine reeks van :    

 

- 'met ijzige wind in achteruitkijkspiegels ' (pag. 5) 

- 'hij zal zoemen in de lakens van de mist' (p.6)

- 'tot zowaar de sneeuw begint te vallen / uit een glazen hemelbol' (p. 23)

- ' de wind steekt op met bebloede tussenpozen ' (p. 24)

- ' mist die door vergeten ramen / als een laken / zichzelf naar binnen glijdt' (p. 29)

 

en nog veel andere. 

 

Aldus heeft de beschouwing van de illustraties de banvloek uitgewist die mijn onbegrip over de gedichten uit deze bundel geworpen had.

Toch blijft 'Ondefinieerbaar wit' een moeilijke bundel gedichten, waarin ik persoonlijk geen innerlijke structuur noch logica ontdekken kan. Wél kan ik een rode draad vinden in de moeilijke verhouding tussen een 'hij' en een 'zij', vaak uitgedrukt in humeurige opmerkingen of ironische uitlatingen. Hierdoor klinkt doorheen veel gedichten een ietwat treurige tonaliteit. 

 

Bepaald positief oogt het kaft en de indeling in 10 kleine secties, telkens vier gedichten, ingeleid door de 10 schilderijen van Decramer. 

De schrijfstijl : ongedwongen natuurlijk, en zonder pathos, geen moeilijk woordgebruik, een snel vooruitgestuwde parlandostijl, Zoals hoger gezegd, ontdekt men het dichterlijk talent van Etienne in onverwachte beelden en metaforen. 

 

Marie-Paule Vanneste  

November 2016





Over 'Ondefinieerbaar wit' van Etienne Van den Steen

 

© Recensie: Frank Decerf

 

verschenen in 'de Schaal van Dighter' en 'de Auteur' (Vereniging van Vlaamse Letterkundigen)

 

Ondefinieerbaar wit is geen debuutbundel. Etienne Van den Steen heeft al een en ander uit zijn pen gekregen gaande van filmscenario’s, poëziebundels en een kunstboek over zijn overleden vader. Hij is dus een productief schrijver die niet op zijn lauweren rust. In Ondefinieerbaar wit stel ik uitgesproken moeilijke menselijke communicatie over en weer vast. Meningsverschillen worden niet uitgeklaard en vormen een dreigende ondertoon doorheen de bundel. Van den Steen creëert een wereld van communicatieve stoorzender, van misbegrepenen. Het goedbedoelde dat niet altijd aankomt, het niet begrijpen en toch hoopvol volhouden of hoe scheiden de laatste optie wordt en inspanningen op voorhand wellicht gedoemd zijn. Een somber speelveld dus. De mens met al zijn beperkingen op zoek naar dat klein beetje geluk, dat klein succesje waarop hij recht heeft. Maar het blijft regenen in de wereld van Van den Steen. Het donker heeft een reden van bestaan. De individuen blijven elkaar hartstochtelijk trouw in hun isolement, ze zijn gedoemd tot hopen op beter. Het houdt hen wakker en meer. Hoe moeten ze overleven? De relaties zijn hard. 

 

 

DEJA VU 

 

Wij kruipen uit bed zoals gewoonlijk

veel te vroeg struikelen over de laatste trede

voor de keuken waar niemand wacht 

 

wij zuchten denken aan het vrijgevochten woord

waarmee onze dag zichzelf begint: 

‘wij’

 

sluiten ramen en trekken jassen aan

zetten kragen recht draaien sjalen rond de hals

gaan naar buiten vergeten paraplu’s

 

het regent in de straat zoals in bruine déjà vu-verhalen

het tweede woord van deze dag verschijnt in zicht

als een halte die we niet meer willen ‘missen’

 

de menigte wacht en staart naar niets

zoals gewoonlijk remt een bus in plassen

een derde woord smeekt om het op te rapen

 

in de greppels ‘missen wij elkaar’ verloren. 

 

 

In de opbouw van de meeste gedichten beperkt de dichter het gebruik van leestekens tot een uiterst minimum. Hij laat zijn teksten vloeien en geeft de lezer voldoende ademruimte. Van den Steen zoekt geen geforceerde stijlelementen of onmogelijke associaties. Hij laat de taal volwassen zijn en zonder kapsones haar ding doen. Woord en dichter werken samen en bereiken een poëtica wars van eigenwaan en drukdoenerij. Ondefinieerbaar wit is aangevuld met 10 monochrome grafische werken van Viviane Decramer. Jammer dat de bundel geen inhoudstabel bevat. Het is dus moeilijk om, gemakkelijk en vlug, gedichten op te zoeken en terug te vinden. Deze laatste publicatie van Etienne Van den Steen is geen bundel om te lachen; het is een bundel om te lezen. 

 

 

Ondefinieerbaar wit, Etienne Van den Steen, Uitgeverij C. de Vries –Brouwers, 2016, ISBN 978-90-5927-468-6 

 

Het gezeefde Gedicht

Beste Etienne,

Je gedicht werd nog in extremis opgenomen in deze zeef (juli / augustus 2015) en staat al online.

van harte,

de redactie 

(Charles Ducal & Roel Richelieu Van Londersele)



DE LAATSTE DAG VAN FEBRUARI

 

  

De laatste dag van februari

wij hebben het gezien het nieuwe huis

dat opdoemt in de paarse lucht

 

natuurlijk zijn wij niet verplicht

tegen de regen in te schrijven

over alle meningsverschillen met onszelf

 

wat wij dan willen

bestaat uit beelden die wij voor onszelf creëren

een kat die vanuit onze schoot ligt te kijken

hoe wij de trap opkomen

 

dat wij gelukkig worden

een lijn kunnen trekken onder alle schijngevechten

onder iedereen die niet meer belt

 

ik van mijn kant

zeg ook iets.

  

(Zeef van de maand juli/augustus in www.hetgezeefdegedicht.be)  


_________________________


Beste Etienne,

we publiceren je gedicht 'West-Vlaanderen' graag in de novembereditie. Het heeft iets geheimzinnigs dat de verbeelding voedt.

Grote groet,

Roel en Charles



WEST-VLAANDEREN

 

Als een vis

kijk ik door het treinraam naar

dit schokkend land dat zinkt

 

als een vrouw in een bed

een bed in een vrouw

waar het altijd regent 

 

waar je nooit verdrinkt in licht

ook als je dat sporadisch wil of 

niet meer ziet in welke wagon je zit

 

wanneer je voor je thuis komt 

geen station meer vindt

zelfs al was het in een stad of

ook weer niet

 

vroeger hadden wij dezelfde buien

daar zijn wij zeker van alleen 

wij zaten niet de ganse tijd

naar hemels boven zee te staren.


(Zeef van de maand november)

Zonnebloemen


ZONNEBLOEMEN

  

 

Kansen lagen voor het grijpen:

 

ik herinner mij de zonnebloemen als laatste zin

nadien zien we wel klonk het

niemand die toen in laatste zinnen wou geloven

 

heel vermoedelijk ben ik in die tijd geblinddoekt 

met gesloten ogen Brussel binnengereden 

op een kapotte fiets daarna

op een juiste trein nooit meer weggevlucht

 

de westenwind vroeg mij om mezelf te sluiten

op de geuren die hij bracht van lege kamers

afgeleefde uren

hij toonde mij de vazen die wachtten op hun bloemen

dààr begon het weer 

 

vandaag heb ik geluk

de wereld heeft zich voor een keer 

teruggetrokken op een steenworp van het einde.




Het platgelopen pad



HET PLATGELOPEN PAD

 

  

Het gaat om iets van niets: 

 

jij gaat naar buiten ik kom naar binnen 

op dit platgelopen pad vol schijnbewegingen

ook al weten wij het niet wij zoeken 

elkaar steeds op 

zonder groeten met de ogen dicht 

 

mijn geboortedag ligt in een hoek

van jouw bureau onder 

stapels revolutie 

bewustzijnstheorieën 

opstandsfilosofieën

over alles kan je ruzie maken zeg je dan

 

met nadruk op vooral niets van belang

 

wanneer wij elkaar dan niet meer kruisen 

op dit platgelopen pad van blijkbaar niets

hoe moeten wij dan overleven?


Naar verluidt



NAAR VERLUIDT

 

  

Wij zijn alert: 

 

meestal worden wij verward met reputaties

worden wij gelezen als halve zinnen

dichtgevouwen als een parochieblad 

krijgen wij kritiek van wandelende uitroeptekens

 

vanzelfsprekend is het goed vliegen 

boven wolken met glazen wijn en tegenlicht

zonnen die hun willekeur eigenhandig

in scène mogen zetten

 

elk moment zien wij onszelf

met ons gelaat meer en meer verzinken 

in ravijnen die wij leven noemen

boete zonder schuld

 

voor de gelegenheid verbergen wij onszelf

zo nu en dan in tussentitels

terwijl wij in het donker schrijven

naar verluidt met kleuren die veel mooier zijn.


Ziekenhuis



ZIEKENHUIS

 

 

 

Een draaideur zuigt me binnen

een lift voert me ten hemel waar zij wacht

 

tot waar ik aanspoel aan haar tafeltje haar bed

haar Zarazak staat uren klaar

 

zij draagt een jurk met bloemen die

ik in geen jaren heb gezien

 

zij kijkt me aan met zo’n blik

waarvan ik me herinner dat ze blij is

 

dat ik haar dan eindelijk tóch heb opgemerkt

hoe begin ik aan een dag als deze vraag ik dan

 

waarop zij zegt:

ik neem je hand in die van ons en samen

 

draaien wij dan bang naar buiten.

© Etienne Van den Steen 2018